Ethische Code van Phoenix Opleidingen2017-05-03T17:08:31+01:00

Algemeen

1. Er is een Ethische Commissie van Phoenix Opleidingen, hierna
verder te noemen de Ethische Commissie, die onder andere tot
doel heeft:
– het opstellen, publiceren en bewaken van de Ethische Code van
Phoenix Opleidingen ten behoeve van een ieder die zich als
deelnemer aan deze code en klachtenprocedure verbindt,
– het instellen en instandhouden van een Klachtencommissie.
De Ethische Commissie bestaat uit vijf leden, die uit hun midden
een voorzitter en een secretaris/penningmeester benoemen. Ten
minste een opleider, verbonden aan Phoenix Opleidingen maakt
deel uit van deze commissie. Deze zal noch de functie van voorzitter
noch die van secretaris/penningmeester bekleden.
De Ethische Commissie voorziet zelf in haar samenstelling en
rapporteert deze jaarlijks aan de deelnemers.

2. De Ethische Code bevat uitgangspunten en richtlijnen, die
gehanteerd worden door de deelnemers. Deelnemers zijn opleiders
en begeleiders, verbonden aan of handelende uit naam en/of in
opdracht van Phoenix Opleidingen en (oud) cursisten die schriftelijk
verklaard hebben zich te houden aan en te werken volgens
deze code.

Uitgangspunten
3. Een deelnemer werkt vanuit de navolgende vijf uitgangspunten:

Autonomie
Ieder mens heeft het vermogen zijn bestaan vorm te geven in relatie
tot anderen. De inbedding in een groter geheel vraagt naast vrije
wil ook om overgave.

Heelheid
Ieder mens heeft de kwaliteit zich te ontwikkelen en te aanvaarden
wat (nog) niet heel is. Dankzij een groter perspectief kan hij beide
onder ogen zien.

Identiteit
Ieder mens heeft de kwaliteit om zichzelf te zijn in wisselende
tijden en omstandigheden.

Integratie
Ieder mens is in staat zijn persoonlijke groei vorm te geven in het
leven van alledag.

Zingeving
Ieder mens heeft de kwaliteit om het eigen leven te ervaren als
een schakel in een groter geheel.
De deelnemer en de cliënt: de begeleidingsrelatie

4. Een deelnemer zal een cliënt die een beroep doet op zijn
begeleiding, niet weigeren op basis van ras, huidskleur, overtuiging,
religie, handicap, geboorteplaats, sekse, seksuele voorkeuren, of op
basis van enige andere factor die als oneerlijk of discriminerend
kan worden beschouwd.

5. Een deelnemer zal zijn kennis en vaardigheden bewust gebruiken
ten bate van het herstel en het welzijn van de cliënt en zal in alle
aspecten van zijn werk de ecologie bewaken. Dit betekent dat de
deelnemer ervoor zorgt dat hij een cliënt geen lichamelijke en/of psychische en/of spirituele schade berokkent.
De deelnemer maakt een zorgvuldige inschatting van mogelijke
negatieve bijverschijnselen voor de rest van de leefwereld van de
cliënt, en stemt zijn begeleiding daarop af.

6. Een deelnemer eerbiedigt de persoonlijke, zowel fysieke als
geestelijke integriteit van de cliënt. Een deelnemer zal een cliënt
op geen enkele wijze uitbuiten, daaronder begrepen – maar niet
uitsluitend beperkt tot – financiële en seksuele zaken. Seksuele
relaties tussen deelnemer en cliënt zijn verboden.

De deelnemer en de cliënt: het begeleidingscontract

7. Een deelnemer sluit met een cliënt een inhoudelijk contract. In
dit contract is zo zorgvuldig mogelijk vastgelegd wat het probleem
van de cliënt is, welke doelen er dus gesteld worden, en welke
acties – zowel door de cliënt als de begeleider – ondernomen
zullen worden om deze doelen te bereiken.
Het contract moet zowel voor de deelnemer als de cliënt haalbaar
zijn en beide partijen onderschrijven het contract met de intentie
het te volbrengen. Een deelnemer gaat met een cliënt tevens een
relatiecontract aan. Het relatiecontract dient het inhoudelijk
contract te dienen en moet toetsbaar zijn aan de vijf uitgangspunten
waarop deze Ethische Code is gestoeld.
De deelnemer en cliënt toetsen met enige regelmaat of het
inhoudelijk contract nog haalbaar is en/of bijstelling behoeft.

8. De contractuele relatie vindt een einde met de beëindiging van
het (inhoudelijke en relatie) contract.
Niettemin zijn er professionele verantwoordelijkheden, die doorgaan
nadat het contract is beëindigd. Deze houden in, maar zijn
niet beperkt tot het volgende:
– behouden van de overeengekomen vertrouwelijkheid
– vermijden van exploitatie van de voormalige relatie, op welke
manier dan ook;
– voorzien in de benodigde vervolg-zorg.

9. Een deelnemer zal alleen dan een contract aangaan of in stand
houden, wanneer er geen andere activiteiten of relaties tussen
deelnemer en cliënt spelen, die het contract in gevaar kunnen
brengen.

10. De deelnemer zorgt dat hij de daadwerkelijke toestemming van
de cliënt heeft voor procedures met een (ver)hoog(d) risico. Een
hoog of verhoogd risico heeft betrekking op:
– het oplopen van mogelijke fysieke beschadiging (verwonding
van cliënten of begeleider)
– het oplopen van psychische beschadiging (bijvoorbeeld het
psychotisch worden van de cliënt).

11. Een deelnemer houdt in principe een dossier bij. Hierin staan
de relevante gegevens die betrekking hebben op de behandeling,
respectievelijk de contractuele relatie. De cliënt heeft recht op
inzage in dit dossier, met uitzonderling van de gegevens die geen
betrekking hebben op de cliënt zelf.
Verder heeft niemand, zonder schriftelijke toestemming van de
cliënt, recht op inzage in het betreffende dossier.

12. Een deelnemer geeft over de cliënt geen informatie aan derden,
en wint geen informatie bij derden in, dan met uitdrukkelijke
toestemming van de cliënt.

13. Een deelnemer zal de cliënt informeren over het feit dat hij
deelneemt aan de Ethische Code van Phoenix Opleidingen.

14. In het aangaan van een contractuele relatie neemt de deelnemer
de verantwoordelijkheid voor het bewerkstelligen van een passende
werkomgeving, zorgt hij voor de dingen die nodig zijn om de aard
en vertrouwelijkheid van het contact te waarborgen en voorziet
hij in de fysieke veiligheid in relatie tot de betrokken activiteiten.

De professionaliteit van de deelnemer

15. Een deelnemer zal zich voortdurend professioneel en persoonlijk
blijven ontwikkelen waarbij te denken valt aan opleiding/
supervisie/nascholing/persoonlijke therapie.

De deelnemers onderling

16. Een deelnemer zal andere deelnemers met respect bejegenen.

17. Een deelnemer accepteert de verantwoordelijkheid een andere
deelnemer, van wie hij reden heeft aan te nemen dat hij onethisch
handelt, daarmee te confronteren en in geval dit niet tot resultaten leidt, een klacht in te dienen bij de Klachtencommissie.

Klachtenbehandeling

18. Een cliënt, zijn wettelijk vertegenwoordiger of een andere
deelnemer kan, indien een deelnemer zich niet houdt aan deze
Ethische Code, een klacht indienen bij de in artikel 1 bedoelde
Klachtencommissie.
Een klacht is een met redenen omklede schriftelijke uiting van
onvrede en wordt toegezonden aan de voorzitter van de
Klachtencommissie, p/a Phoenix Opleidingen, Raiffeisenlaan 26A,
3571 TE Utrecht.

Benoeming en samenstelling van de Klachtencommissie

19. De Klachtencommissie wordt benoemd door de Ethische
Commissie en bestaat uit ten minste drie leden. Eén lid bekleedt de
functie van voorzitter.
De Klachtencommissie bestaat uit mw. A. Roozenburg, mw. M. van
Eijck en dhr. T. van Hellenberg Hubar. Deze leden hebben geen
banden met Phoenix Opleidingen.
Wanneer een klacht is ingediend wijst de voorzitter van de
Klachtencommissie twee leden aan die samen met hem de klacht
beoordelen. Ten minste één lid heeft geen band (meer) met
Phoenix Opleidingen. Wanneer de klacht betrekking heeft op de
voorzitter van de Klachtencommissie verzoekt deze de leden van
de Ethische Commissie een andere voorzitter aan te wijzen.

Procedure klachtenbehandeling

20. Binnen drie weken wordt de ontvangst van de klacht
schriftelijk aan de klager bevestigd. Dan wordt tevens – onder
toezending van een kopie – daarvan schriftelijk mededeling
gedaan aan de deelnemer op wie de klacht betrekking heeft, alsmede
aan de voorzitter van de Ethische Commissie.

21. De Klachtencommissie kan – na toestemming van de klager –
het dossier opvragen terzake van datgene waarop de klacht
betrekking heeft.

22. De Klachtencommissie stelt klager en beklaagde in de gelegenheid
te worden gehoord over hetgeen in de klacht is verwoord.
Volgens de wens van de Klachtencommissie en/of op verzoek van
partijen kunnen partijen tezamen dan wel apart van elkaar
worden gehoord.

23. De Klachtencommissie heeft geheimhoudingsplicht en
beschermt de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. Zij kan
zich laten adviseren door deskundigen, die eveneens tot geheimhouding
zijn gehouden.

24. De partijen kunnen zich tijdens de behandeling van de klacht
op eigen kosten laten bijstaan door een of meer door hen aan te
wijzen personen.
Over de aanwezigheid van deze persoon/personen tijdens zittingen
van de Klachtencommissie beslist de Klachtencommissie.
Bemiddeling

25. Na onderzoek kan de Klachtencommissie – in overleg met
partijen – besluiten om te pogen door bemiddeling de klacht weg
te nemen. Wanneer de bemiddelingspoging tot genoegen van
partijen is geslaagd, wordt de klacht door de Klachtencommissie
als afgehandeld beschouwd en wordt de Ethische Commissie
daarvan in kennis gesteld.

Beoordeling van de klacht

26. Indien geen bemiddelingspoging wordt gedaan of indien een
bemiddelingspoging geen succes heeft, brengt de Klachtencommissie
zo spoedig mogelijk, bij voorkeur binnen dertig dagen na
indiening van de klacht, schriftelijk advies uit aan de Ethische
Commissie.
Het advies omvat het met redenen omklede oordeel van de
Klachtencommissie over de gegrondheid van de klacht en een
eventuele sanctie.

27. De Ethische Commissie neemt mede op grond van het advies
van de Klachtencommissie een besluit over de klacht. Zij deelt
haar besluit en het advies van de Klachtencommissie schriftelijk
mede aan de klager en de beklaagde. Dit besluit is bindend.
Klachten en de wijze van afhandeling worden geregistreerd en
twee jaar bewaard.

Sancties

28. Sancties welke in geval van gegrondverklaring van de klacht
door de Ethische Commissie aan de beklaagde kunnen worden
opgelegd zijn:
– een dringend advies
– een berisping
– schrappen uit het deelnemersbestand.

29. Wanneer wordt besloten tot een dringend advies wordt aan de
klager en de beklaagde schriftelijk medegedeeld dat de klacht
gegrond is verklaard en dat daaraan een dringend advies aan de
beklaagde met betrekking tot het gebeurde wordt verbonden;
tevens wordt de inhoud van het dringend advies beschreven.

30. Wanneer wordt besloten tot het geven van een berisping wordt
aan de klager en de beklaagde schriftelijk medegedeeld dat de
klacht gegrond is verklaard en dat de beklaagde in verband
daarmede een berisping krijgt; tevens wordt de inhoud van de
berisping beschreven.

31. Wanneer de ernst van de gegrond verklaarde klacht daartoe
aanleiding geeft, wordt besloten tot schrapping van de beklaagde
als deelnemer aan de Ethische Code. Dit wordt aan de beklaagde
en aan klager onder mededeling van de gegrondheid van de
klacht schriftelijk medegedeeld.

32. In het geval de beklaagde als deelnemer aan de Ethische Code
wordt geschrapt, wordt dit schriftelijk gemeld aan de andere
deelnemers zonder vermelding van de naam van de klager en de
inhoud van de klacht.

Slotbepalingen

33. Het in de klachtenprocedure gestelde laat onverlet de mogelijkheid
van klagen bij de civiele rechter of eventuele andere
bevoegde organen.

34. Wanneer er behoefte bestaat aan een nadere uitwerking van
bepalingen uit deze Ethische Code, kan de Ethische Commissie
daarin voorzien door vaststelling van een huishoudelijk reglement.

35. Deze Ethische Code is voor de eerste maal in werking getreden op
1 augustus 1996 en herzien op 26 februari 1999 en in oktober 2006.