4 en 5 mei

In de middag van 4 mei 2012 was ik nog even met mijn kinderen naar de Pan, een speeltuin hier om de hoek. Mijn oudere broer had de avond ervoor al gebeld. Mijn vader was opgenomen, maar het zal wel weer meevallen, zie hij. Hij had wel meer klachten en vanwege zijn dementie was het niet helemaal duidelijk wat hij mankeerde. Die middag in de speeltuin belde mijn jongere broer. Als ik mijn vader nog levend wilde zien dan moest ik nu komen en geen tram, zoals ik voorstelde, maar een taxi nemen. Bij mij thuis in de gang stond een grote zwarte fietskoffer klaar. Die middag zou ik naar Nice vliegen voor een weekje fietsen met de MTB. Ik belde met mijn vriend Michiel, internist, ‘’opereren van deze complicatie in zijn mentale conditie en op zijn leeftijd zou ik niet meer doen’’. Ik vertrok richting Amsterdam, niet richting Schiphol maar het OLVG.

Mijn vader viel soms weg, maar soms waren er momenten dat ik contact met hem dacht te hebben, we keken naar elkaar zonder iets te zeggen. Arvo Pärt stond op. Soms dirigeerde mijn vader met zijn armen, zoals hij zo vaker deed ‘’prachtig prachtig’’, mompelde hij. Morfine kreeg hij al in behoorlijk dosis. We waren er allemaal, kinderen, kleinkinderen, in die veel te kleine kamer.

Die nacht bleef ik samen met mijn jongere broer wakker, een half uurtje slapen, om de beurt op twee stoelen die we in het verlengde van elkaar hadden gezet. Mijn vaders ademhaling veranderde in een krachtige, regelmatige lijf-beweging. Zijn lijf nam het over, zo leek het. In de ochtend kregen we wat te eten en te drinken en kwamen mijn zus en broers weer.

Die middag op 5 mei, toen we praten over Johan Cruyff, viel zijn ademhaling plots weg. Ik fluisterde meermaals ‘dank je wel Papa, je hebt het goed gedaan dank je wel’. De strijd was gestreden. Hij slikte nog één keer en overleed zomaar voor mij nog steeds onverwacht. Je kan je op dat stukje van de reis kennelijk niet voorbereiden. Lange tijd hield ik mijn handen onder zijn lijf, omdat hij daar nog warm was. Belde met mijn moeder, van wie hij al jaren gescheiden was en moest onbedaarlijk huilen.

 

By |2020-05-19T21:59:47+02:00mei 6th, 2020|

Vallen en weer opstaan

Een paar dagen skiën met mijn broertjes in Val d’Aosta Italië, dat doen we ieder jaar. Ons verblijf in een hut op de skipiste op 2400 meter is bijzonder. De eigenaar die alleen Italiaans spreekt, het adembenemende uitzicht en de rust die intreedt als na sluiting van de skipiste alleen de logees overblijven. Heerlijk om in de ochtend de eerste skiër te zijn en in de namiddag de laatste. We hebben zo ons stekkie waar we aan het eind van een mooie dag nog wat eten om vandaaruit na sluiting van de liften de hut te kunnen bereiken.

Met een heerlijk abrikozen taartje achter de kiezen gingen we voor de laatste afdaling van de vrijdag. In mijn binnenzak zit mijn telefoon, met daarop de ski-track app, die het aantal afdalingen, hoogtemeters, aantal kilometers én mijn snelheid registreert. Hard en zonder bochten te maken naar beneden wil ik nog 1 keer, zeker nu de piste er zo goed als verlaten bijligt. Afdalen aan het eind van de middag is lastiger omdat er dan op de piste uitgesleten plekken zijn ontstaan, door de vele skiërs die daar hun bochten maakten. Mijn broer keek toe hoe ik de steile S-bocht, met de hut in zicht, rechtdoor afdaalde. Alles ging prima totdat mijn ski’s zo’n uitgesleten plek tegenkwamen. De eerste hobbel ging ik over door de klap met mijn benen op te vangen. Bij het overgaan van de tweede hobbel zag ik in een flits mijn linker skischoen, zonder ski. In de val die daarop volgde verloor ik ook mijn rechter ski, waarna ik in een lange duikeling terecht kwam. Tot stilstand gekomen, liggend op mijn rug, overal sneeuw, bewoog ik mijn ledenmaten om te voelen of alles het nog deed. Daarna stond ik op en liep in looppas naar boven om mijn ski’s op te halen, die 10-tallen meters achter me in de sneeuw waren achtergebleven. Mijn broer bracht de andere, hij had zo’n geschrokken blik in zijn ogen en zei; ‘’gaat het Piet’’?

Thuisgekomen in de hut kon ik in mijn grafiekje in de app precies zien dat ik in een paar seconden van 80 kilometer per uur naar 0 tot stilstand was gekomen. Gezien de blauwe plek op mijn been had mijn ski bij het uitgaan kennelijk mijn been geraakt. Niets van gemerkt. Met die snelheid onderuit en dan helemaal niets ernstigs hebben. Ik voelde mij triomfantelijk. Vallen, opstaan, ski’s ophalen en weer door.

Herstellen na een val vraagt doorgaans geduld van mij. Geduld om de weg naar boven weer te vinden. Dit was een nieuwe ervaring. Een ervaring van risico nemen, hard vallen en als ik dan val, dan kan ik ook gewoon direct weer door. Wauw, dat kan dus ook!

By |2020-03-04T14:26:47+01:00maart 4th, 2020|

Wat parentificatie voor mij betekent

Mijn moeder is 87. Ze is aan het opruimen. Voor mijn zus, 3 broers en mij heeft ze een eigen doosje gemaakt met daarin alle kaarten, foto’s, brieven en tekeningen van haar kinderen en kleinkinderen. Een mooie verzameling herinneringen. Mijn naam staat op de bovenkant geschreven: gezin Pieter.

Na het openen ontmoette ik veel bekende herinneringen: ansichtkaarten die ik haar stuurde, geboortekaartjes van mijn kinderen, foto’s van mij als kind en van mijn eigen kinderen op één stapeltje. Toen viel mijn oog op de blauwe luchtpostenveloppe. Zo één die we vroeger verstuurden als er een grote afstand moest worden overbrugd en het lichte gewicht van zo’n speciale enveloppe het versturen goedkoper maakte. Op 29 augustus 1980, ik was toen 17, schreef ik haar een brief. Mijn moeder was op dat moment naar Zuid-Frankrijk gereisd, naar een plek waar we met het gezin ook weleens verbleven. Nu was ze daar alleen, om uit te rusten, om aan de drukte van ons gezin en haar werk te ontkomen. Ik schreef:

‘Mam, probeer er wat van te maken. Rust goed uit en maak je over mij en de rest hier maar geen zorgen, want het gaat echt zijn gangetje wel. Probeer je nu echt eens te ontspannen. Ga eens die wandeling maken naar het dorp, over de brandweg, dat zal je goed doen, eens even lekker alleen zijn. Of de weg langs de oude Citroën, je komt dan bij het meertje uit. Niemand die zegt dat er nog wat moet gebeuren, geen wasgoed of een zeurende Pieter die weer wat van je wil. OK mam, ik hoop dat je er echt van geniet en huize Berger eens even helemaal opzijschuift. Tot gauw, met veel lieve kusjes, van je zoon Pieter.’

Ik las over mijn zorgen voor haar welzijn, mijn hulpvaardigheid, die verder gingen dan passend was voor mij als 17-jarige. Door deze brief begreep ik niet alleen, maar voelde ik werkelijk wat parentificatie voor mij betekent, hoe ik er onvoorwaardelijk voor haar was en daarbij mijn zoonsplek verliet. Hoe ik daarbij mijn eigen verlangens opzijschoof. Definities, omschrijvingen, systemische opstellingen ten spijt, deze brief van mijzelf aan mijn moeder maakte mijn over-verantwoordelijk zijn naar haar pas echt van mij. Helder beschreven in mijn eigen brief aan mijn moeder, op 29 augustus 1980.

By |2020-02-15T09:30:55+01:00januari 3rd, 2020|

28 jaar later…

Op een mooie dag in het jaar 1991 adviseerde mijn moeder om maar eens met Wibe Veenbaas te gaan praten. Ik was toen 28 en liep behoorlijk vast. Ik twijfelde over mijn koers en hoe die te vinden. Ik volgde haar advies op en zo ontmoette ik Wibe in zijn trainingsruimte in Overvecht.

Wibe raakte mij meteen met zijn vragen. Hij liet mij nadenken over wat in mijn geschiedenis maakte dat ik mijn koers kwijt was? Ik herinner mij nog goed hoe hij mij begeleidde met het lopen van mijn tijdlijn. Met mijn ogen dicht stapje voor stapje teruglopen in de tijd op een denkbeeldige lijn en stilstaan bij die belangrijke momenten in mijn leven, die maakten dat ik mijn eigen koers niet vinden kon.

Na een stevige buiklanding in 2009 zocht ik wederom contact met Wibe en vervolgde mijn reis bij Phoenix. Ik volgde de workshop Mannenkracht, de 3-jarige, Systemisch werk, Maskermaker en Professionele Begeleiding van Organisaties. Wederom was Phoenix een belangrijke plek voor mij waar ik kon thuiskomen, kon leren, kon vallen en weer opstaan.

Nu ben ik sinds juli zelf trainer van Phoenix en ontmoette Wibe weer, maar dan als collega-trainer. Ik had een mooi gesprek met hem in de aanloop van mijn aanstelling en weer inspireerde en stimuleerde hij mij om nu tevoorschijn te komen als trainer en mensen met mijn sprankeling uit te nodigen en te raken. Ik kon zo de uitnodiging voelen om als trainer én te leren én mijn inzichten en ervaringen door te geven

Een aantal weken geleden vroeg mijn 86-jarige moeder mij om even te gaan zitten. Ze wilde mij wat vertellen en wat vragen. Ze vertelde dat ze behoefte had aan reflectie, aan rust, ze wilde dingen van vroeger opruimen zonder er al te diep in te willen gaan. Of ik nog iemand wist die haar daarbij zou kunnen begeleiden. Ik was even stil en voelde de ontroering in mijn lijf. Ik ga haar nu na 28 jaar hetzelfde advies geven. Ik antwoordde dat ze maar eens met Wibe Veenbaas moest gaan praten. Ze heeft al een eerste gesprek met hem gevoerd.

 

By |2020-01-05T15:46:04+01:00januari 3rd, 2020|

Overdracht

Overdracht is het herhalen van een ervaring uit het verleden in het hier en nu. Een herhaling van zetten, onbewust. In onze overdracht proberen we alsnog rond te maken, in het hier en nu, wat we gemist hebben. Overdracht is te herkennen als onze reactie in een bepaalde situatie in het hier en nu uit proportie is, groter dan wat passend is. We worden als het ware jonger in onze overdracht.

Overdracht is een uitnodiging om te leren, als je in staat bent je eigen aandeel in de overdracht te herkennen, uit je onbewuste op te halen, dan kan je jouw eigen leeruitnodiging zien, je eigen aandeel daarin nemen. Je leert ervaren wat nog niet rond is. We herhalen die dingen die nog niet rond zijn.

By |2019-05-11T12:56:04+02:00mei 10th, 2019|

Levensenergie

Mijn focus was om via prestatie voldoening te verkrijgen. Als ik nu maar heel erg mijn best doe, dan komt het goed. Mijn lijf bracht mijn hoofd ergens naar toe. Controle over een situatie bereikte ik door te beredeneren. Deze voldoening verschafte mij slechts een kort moment van rust. Mijn verlangen was om in balans te komen door van binnen te ervaren dat ik onderdeel ben. De signalen van mijn lijf te kunnen voelen, die mij informatie geven waar ik naar te luisteren heb.

By |2018-12-30T13:10:19+01:00december 22nd, 2018|

Vele wegen kent het leven

‘Vele wegen kent het leven,

maar van al die wegen is er één die jij te gaan hebt.

Die éne is voor jou, die éne slechts.

En of je wilt of niet, die weg heb jij te gaan.

De keuze is dus niet de weg, want die koos jou.

De keuze is de wijze, hoe die weg te gaan.

Met onwil om de kuilen en de stenen,

met verzet omdat de zon een weg die door de ravijnen gaat,

haast niet bereiken kan.

Of met de wil om aan het einde van die weg milder te zijn

en wijzer dan aan het begin.

De weg koos jou, kies jij ook hem?

Dag Hammarskjöld
By |2018-05-27T13:49:41+02:00mei 27th, 2018|

Leiderschap en Lidmaatschap

Leiderschap in een organisatie is de basis voor het eigen handelen en is de basis voor samenwerking met anderen. Maar leiderschap staat of valt met lidmaatschap. Kan en wil ik mij werkelijk verbinden met de organisatie, met mijn leidinggevende, collega’s en met mijn eigen rol en verantwoordelijkheden? Vanuit lidmaatschap ontstaat leiderschap als een natuurlijk onderdeel van mijn handelen. Leiders die niet daadwerkelijk lid zijn klinken hol. Lidmaatschap is de grond voor het aangaan van verbinding. Wie moed zoekt in leiderschap heeft stevigheid nodig in lidmaatschap. Veiligheid is een belangrijke voorwaarde om lid te willen en kunnen zijn. Om verbinding aan te gaan moet je je veilig voelen, zowel naar anderen als naar jouw eigen rol en verantwoordelijkheden. Veiligheid ontstaat als het bijvoorbeeld helder is wat er van mij als medewerker wordt verwacht, wanneer het goed of wanneer het fout is. Dat het helder is hoe we elkaar aanspreken en belonen. Dat het helder is wat we aan elkaar hebben, binnen de kaders van een professionele organisatie. Het inzichtelijkheid maken van resultaat afspraken (KPI’s) en de wijze waarop we dat monitoren vormt hierbij de basis.

By |2019-01-11T13:02:26+01:00april 5th, 2018|

Moed

Moed is bang zijn en je ding doen, de rest is overmoed

By |2017-12-23T14:41:49+01:00december 15th, 2017|

Niemand kan weg, iedereen heeft een plek

Het innemen van de eigen plek is een belangrijk aandachtspunt in systemische werk. Een soort anker, het klopt altijd. Iedereen heeft immers plek in zijn of haar systeem. Het innemen van de eigen plek, ten opzichte van elkaar geeft rust in het systeem. De ordening klopt dan. Ik heb geleerd dat ik als begeleider altijd kan uitgaan van de ordeningswetten. De ordeningswetten van het systeem. Dit vraagt ook discipline van de cliënt, aangezien het innemen van de eigen plek in de ordening betekent dat de cliënt zijn of haar eigen verantwoordelijkheid voelt en er naar handelt. Innemen van de eigen plek is verbonden met het invullen van het eigen leven en de eigen opdracht.

(Bron: Vonken van Verlangen, Wibe Veenbaas en Joke Goudswaard)

By |2017-12-23T14:36:17+01:00oktober 28th, 2017|