About pieter

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far pieter has created 11 blog entries.

Stop met censureren!

 

Dit is misschien wel de meest wezenlijke foto uit mijn mannendagen‑archief. De foto is genomen op de laatste dag van zes mannendagen bij Phoenix.

Deze foto herinnert mij iedere keer weer aan dat ene moment, midden in een oefening, waarin ik voelde dat ik óf zou gaan censureren óf kleur moest bekennen. Ik stond daar, al die ogen op me gericht, en merkte hoe mijn stem even brak toen ik eindelijk uitsprak wat ik jarenlang had weggeduwd.

Geen groot drama, geen spectaculaire ontboezeming, maar precies dat kleine stuk waarheid dat ik altijd net oversloeg:

“Ik deins terug vanuit mijn overtuiging dat ik het voor jou móet fixen.”

“Ik weet het even niet… ik sta met lege handen.”

Dat was het moment waarop de ruimte kantelde. Niet omdat ik iets indrukwekkends deed, maar omdat ik mijn eigen beweging afmaakte. Vanuit dát punt begon voor mij het echte werk: mannen uitnodigen hetzelfde te doen.

De beweging maken die in henzelf om voltooiing vraagt. Risico nemen vanuit een leven met de rem erop. De jongen in ons, met zijn gemis, eindelijk vastpakken, die soms jaren heeft gewacht op de man die we vandaag zijn.

De stenen die dát tegenhouden, één voor één aankijken. Dáár gaat het over.

Wat wordt jouw eerste stap als je stopt met censureren?

By |2026-06-24T18:03:31+02:00juni 24th, 2026|

“Was het nu bij dit bloempje?”

Twee broers stonden gebogen over een stukje gras. Hun lichamen gespannen, hun adem hoog, hun handen zoekend, klein en precies. De medewerker van de begraafplaats had net gezegd: “Hier moet jullie vader liggen. Precies hier, bij dat bloempje.”

Maar waar was het?

Ze liepen rondjes, wezen, twijfelden. “Zijn we er niet op gaan staan?” vroeg de één. “Nee joh, natuurlijk niet,” zei de ander. En zo werd de zoektocht naar hun vader een zoektocht naar één enkel bloempje. Hun vader was verdwenen toen zij drie en zes jaar oud waren. Zestig jaar later bracht dat ene bloempje hen terug naar zijn plek.

Ontroerend om te zien hoe mannen hun vader nodig hebben, en hoe we, als hij afwezig is, blijven zoeken naar die plek in onszelf waar de lijn naar boven weer voelbaar wordt. Tot er iets van rust komt in het vinden.

“Oh ja… kijk eens. Hier is het,” zei één van hen. “Ja… dit moet de plek zijn.” En toen werd het stil.

Deze scène komt uit de documentaire Between Brothers van Tom Fassaert. Hij volgde zijn vader en oom in hun zoektocht naar hun vader. Het raakte mij diep.

Mijn eigen vader nam fysiek afscheid in 2012, maar mentaal was hij al veel eerder vertrokken in het jeugdige verlies van zijn ouders. Ik kan me niet herinneren écht contact met hem te hebben gehad op de manier die ik verlangde. Dat gemis werd opnieuw voelbaar in de zoektocht van die twee broers naar dat ene bloempje.

Vanuit dat besef werk ik graag in een kring van broederschap, in de mannendagen bij Phoenix, waar de zoektocht vaak belangrijker is dan de vindplek.

Na de documentaire zaten mijn vrouw en ik op een druk terras. Tussen het geroezemoes van mensen kwamen mijn tranen. Tranen van gemis. Tranen om papa. Soms is het niet het grote verhaal dat raakt, maar één klein bloempje dat alles samenvat.

Welk verhaal opent dit bloempje voor jou?

By |2026-06-24T18:03:56+02:00juni 18th, 2026|

Deelnemen in plaats van observeren

Zijn grote, sterke lijf haperde. Twijfel, ongeloof. Ik voelde zijn weigering, niet vanuit het ongemak om voor zijn verlangen te gaan of om het gemis niet te hoeven voelen, maar vanuit onwetendheid. Hoe doe je dit, fysiek contact met een andere man?

Hij had net zijn brief aan zijn vader voorgelezen. Het gemis van de jongen had de man getekend. De jongen sprak: vol verdriet, ingehouden woede. ‘’Papa, waar was je’’?

Ik ken het zelf ook zo goed; het verlangen en het gemis in de ogen van mijn vader. Van daaruit nodigde ik hem uit om het aan te gaan. Ik tikte hem op zijn schouder. ‘’Ben je er? Wakker worden!’’.

En toen kwam die, zijn krachtige lijf zocht mijn schouder, hij duwde en duwde, met diep grommend geluid. De krachten werden voluit gemeten. Af en toe een ferme tik op elkaars schouder, buik of been.

Minutenlang bewogen we samen, een intense ontmoeting. Tot de tranen van de jongen over het gezicht van de man stroomden. ‘’Ik ben nog nooit zo dichtbij geweest. Nog nooit.’’

Ik ben stil en geraakt door de kracht, kwetsbaarheid en moed van deze man om het aan te gaan.

 

By |2026-06-17T22:06:22+02:00juni 17th, 2026|

“Hier ben ik. Híer ben ik.”

Op dag vier, het kantelpunt van de zes mannendagen, stond hij daar. Zijn tanige lijf nog trillend van het ademwerk, zijn ogen vol vuur. Alsof iets in hem eindelijk geen toestemming meer vroeg om zich te laten zien.

Dit tevoorschijn komen had tijd nodig gehad. Drie dagen Mannenkracht. Drie dagen Man & Levensenergie. Twee reizen, één beweging; laag voor laag zakte hij ín zijn lijf. Uitgeput én levend.

Zijn beweging was zichtbaar: uit liefde te dicht bij zijn moeder gebleven, versmolten met haar welzijn. De systemische beweging is dan niet weggaan, maar afstand nemen binnen de loyaliteit die blijft.

Vier mannen stonden voor hem, elk een obstakel op zijn weg naar zijn levensenergie. Ze moedigden hem aan, daagden hem uit, bekrachtigden hem. Het was rauw en eerlijk mannengevecht.

Toen hij eindelijk hijgend tegenover de representant voor zijn levensenergie stond, zei deze alleen: “Ja man, dat zie en dat voel ik.”

En daar was hij. Vol aanwezig en op zijn plek.

Dit werk raakt me elke keer opnieuw. Ook ik moest ooit afstand nemen om de oversteek te maken naar mijn vader, van spiegelland naar eigen land.

Mannenkracht, waar jouw verhaal centraal staat, start op 29 juni. Man & Levensenergie volgt op 26 november.

Wat in jou vraagt om losgelaten te worden, zodat jij voller kunt leven?

By |2026-06-17T18:35:16+02:00juni 17th, 2026|

De val in de bocht

De afgelopen tijd merkte ik hoe vaak leren voelt als… de skibocht. Die échte bocht waarin je even twijfelt, durft te verliezen én hoopt dat je ski’s je gaan dragen. Het is een spel van gewicht, richting, loslaten en vertrouwen. En precies daarin lijkt een skibocht verrassend veel op een leerlijn op identiteitsniveau, zoals we dat bij Phoenix opleidingen noemen.

Op de piste begint het bij durven leunen. 70% van je gewicht op je buitenbeen, 30% op je binnenbeen. Je bovenlichaam beweegt al richting het dal nog vóór je zeker weet of de nieuwe bocht je opvangt. En dan dat ene moment zonder grip, zonder zekerheid; 50-50. Dat moment vind ik altijd spannend. Maar precies daar begint de bocht. Je valt letterlijk in de val-lijn, de lijn loodrecht naar beneden.

In mijn eigen leerproces herken ik datzelfde punt.

Ik weet wat ik nog niet kan; ik weet de theorie in mijn hoofd maar voel die niet in mijn lijf. Dan komt de paniekzone: oude patronen worden ontregeld, vergeten polariteiten komen omhoog, mijn overtuigingen en aanpassingen rammelen. Het oude werkt niet meer, het nieuwe nog in een onverstaanbare taal. Het voelt alsof ik in een innerlijke val-lijn hang; recht naar beneden, zonder houvast. Ook daar is dat 50-50 moment: geen grip, geen zekerheid. Ik merk hoe ik moet loslaten wat ooit veilig voelde. Pas wanneer ik het oude inlever, wordt het stil genoeg om het nieuwe te verstaan.

Of ik nu een piste afdaal of een identiteitslaag doorwerk; de echte beweging ontstaat in dat ene, spannende, onzekere moment waarin ik val. Niet eromheen, maar erdoorheen.

De val in de bocht ís het leren.

By |2026-06-24T17:58:27+02:00juni 10th, 2026|

4 en 5 mei

4 en 5 mei zijn dagen van herdenken en vrijheid vieren. Tot 2012, toen kwam daar voor mij een betekenis bij, die van het afscheid van zijn vader.

In de middag van 4 mei 2012 was ik nog even met mijn dochters naar de Pan, een speeltuin hier om de hoek. Mijn oudere broer had de avond ervoor al gebeld. Papa was opgenomen, ‘maar het zal wel weer meevallen’, zei mijn broer. Hij had wel meer klachten en vanwege zijn dementie was het niet helemaal duidelijk wat hij mankeerde. Die middag in de speeltuin belde mijn jongere broer. Als ik mijn vader nog levend wilde zien, dan moest ik nu komen en geen tram – zoals ik voorstelde – maar een taxi nemen. Nadat ik mijn dochters van de draaimolen en de schommel had geplukt, spoedde ik mij naar huis. Daar stond een grote zwarte fietskoffer klaar. Die avond zou ik naar Nice vliegen voor een weekje fietsen met mijn MTB. Ik belde mijn vriend om hem de vraag van de dokter voor te leggen: opereren of hem laten gaan. Hij is internist en antwoordde: ‘Opereren van deze complicatie op zijn leeftijd in zijn conditie, ligt niet voor de hand.’

Ik vertrok, niet richting Schiphol, maar naar het OLVG in Amsterdam. Mijn vader lag in bed, viel soms weg en er waren momenten dat ik contact met hem dacht te hebben. We keken naar elkaar zonder iets te zeggen. Arvo Pärt stond op. Soms dirigeerde mijn vader met zijn armen mee met de muziek, zoals hij zo vaak deed ‘prachtig, prachtig’, mompelde hij. Morfine kreeg hij al in behoorlijke dosis. We waren er allemaal, kinderen, een paar kleinkinderen, in die veel te kleine kamer in het OLVG.

Die nacht bleef ik samen met mijn jongere broer waken bij mijn vader, een half uurtje om de beurt slapen op twee stoelen die we in het verlengde van elkaar hadden gezet. Mijn vaders ademhaling veranderde gedurende de nacht van de zijne in een krachtige, regelmatige lijfsbeweging. Het lijf nam het over, zo leek het. In de ochtend kregen we wat te eten en te drinken en kwamen mijn zus en andere broers weer.

Die middag, toen we praatten over Johan Cruyff, werden de pauzes tussen zijn ademteugen steeds langer. Ik fluisterde ‘dankjewel Papa, ik ben je zoon en jij bent precies de goede vader voor mij, dank je wel’. Hij slikte nog één keer. De strijd was gestreden. En toen stopte zijn ademhaling, voor mij toch nog onverwacht. Ik besefte dat ik mij op dat laatste stukje van zijn reis tussen leven en dood niet voorbereiden kon. Lange tijd hield ik mijn handen onder zijn lijf, omdat hij daar nog warm was. Belde met mijn moeder, van wie mijn vader al jaren gescheiden was, en voelde dat verdriet het overnam.

4 en 5 mei zijn dagen geworden van herdenken, de vrijheid vieren én van herinneringen aan mijn vader en het afscheid. Het is rustig bij mij vanbinnen, de strijd en verschillen tussen hem en mij zijn op hun plek. Dankjewel Papa.

By |2024-07-15T17:35:38+02:00juli 15th, 2024|

Vallen en weer opstaan

Een paar dagen skiën met mijn broertjes in Val d’Aosta Italië, dat deden we, toen er nog geen corona was, ieder jaar. Ons verblijf in een hut op de skipiste op 2400 meter is bijzonder. De eigenaar die alleen Italiaans spreekt, het adembenemende uitzicht en de rust die intreedt als na sluiting van de skipiste alleen de logees van de hut overblijven. Heerlijk om in de ochtend de eerste skiër te zijn en in de namiddag de laatste. We hebben zo ons stekkie waar we aan het eind van een mooie dag nog wat eten om vandaaruit na sluiting van de liften de hut te kunnen bereiken.

Met een heerlijk abrikozen taartje achter de kiezen gingen we voor de laatste afdaling van de vrijdag. In mijn binnenzak zit mijn telefoon, met daarop de ski-track app, die het aantal afdalingen, hoogtemeters, aantal kilometers én mijn snelheid registreert. Hard en zonder bochten te maken naar beneden wil ik nog 1 keer, zeker nu de piste er zo goed als verlaten bijligt. Afdalen aan het eind van de middag is lastiger omdat er dan op de piste uitgesleten plekken zijn ontstaan, door de vele skiërs die daar hun bochten maakten. Mijn broer keek toe hoe ik de steile S-bocht, met onze hut in zicht, rechtdoor afdaalde. Alles ging prima totdat mijn ski’s zo’n uitgesleten plek tegenkwamen. De eerste hobbel ging ik over door de klap met mijn benen op te vangen. Bij het overgaan van de tweede hobbel zag ik in een flits mijn linker skischoen, zonder ski. In de val die daarop volgde verloor ik ook mijn rechter ski, waarna ik in een lange duikeling terecht kwam. Tot stilstand gekomen, liggend op mijn rug, overal sneeuw, bewoog ik mijn ledenmaten om te voelen of alles het nog deed. Daarna in looppas naar boven om mijn ski’s op te halen, die 10-tallen meters achter me in de sneeuw waren achtergebleven. Mijn broer bracht de andere, hij had zo’n geschrokken blik in zijn ogen en zei; ‘’gaat het Piet’’?

Thuisgekomen in de hut kon ik in mijn grafiekje in de app precies zien dat ik in een paar seconden van 80 kilometer per uur naar 0 tot stilstand was gekomen. Gezien de blauwe plek op mijn been had mijn ski bij het uitgaan kennelijk mijn been geraakt. Niets van gemerkt. Met die snelheid onderuit en dan helemaal niets ernstigs hebben. Ik voelde mij triomfantelijk. Vallen, opstaan, ski’s ophalen en weer door.

Herstellen na een val vraagt doorgaans geduld van mij. Geduld om de weg naar boven weer te vinden. Dit was een nieuwe ervaring. Een ervaring van risico nemen, hard vallen en als ik dan val, dan kan ik ook gewoon direct weer door. Wauw, dat kan dus ook!

By |2024-07-15T17:29:31+02:00juli 15th, 2024|

Parentificatie

Mijn moeder is 87. Ze is aan het opruimen. Voor mijn zus, 3 broers en mij heeft ze een eigen doosje gemaakt met daarin alle kaarten, foto’s, brieven en tekeningen van haar kinderen en kleinkinderen. Een mooie verzameling herinneringen. Mijn naam stond op de bovenkant geschreven: gezin Pieter.

Na het openen ontmoette ik veel bekende herinneringen, ansichtkaarten die ik haar stuurde, geboortekaartjes van mijn kinderen, foto’s van mij als kind en van mijn eigen kinderen op één stapeltje. Toen viel mijn oog op de blauwe luchtpost enveloppe. Zo één die we vroeger verstuurde als er een grote afstand moest worden overbrugd en het lichte gewicht van zo’n speciale enveloppe het versturen goedkoper maakte. Op 29 augustus 1980, ik was toen 17, schreef ik haar een brief. Mijn moeder was op dat moment naar Zuid-Frankrijk gereisd, naar een plek waar we met het gezin ook wel eens verbleven. Nu was ze daar alleen, om uit te rusten, om aan de drukte van ons gezin en haar werk te ontkomen. Ik schreef;

 

“Mam probeer er wat van te maken, rust goed uit en maak je over mij en de rest hier maar geen zorgen, want het gaat echt zijn gangetje wel. Probeer je nu echt eens te ontspannen. Ga eens die wandeling maken naar het dorp, over de brandweg, dat zal je goed doen, eens even lekker alleen zijn. Of de weg langs de oude Citroën, je komt dan bij het meertje uit. Niemand die zegt dat er nog wat moet gebeuren, geen wasgoed of een zeurende Pieter, die weer wat van je wil. Ok mam, ik hoop dat je er echt van geniet en huize Berger eens even helemaal opzij schuift, tot gauw, met veel lieve kusjes”, van je zoon Pieter

Ik las over mijn zorgen voor haar welzijn, mijn hulpvaardigheid, die verder gingen dan passend was voor mij als 17-jarige in de relatie met mijn moeder. Door deze brief begreep ik niet alleen maar voelde ik werkelijk wat parentificatie voor mij betekent, hoe ik er onvoorwaardelijk voor haar was en daarbij mijn zoons-plek verliet. Hoe ik daarbij mijn eigen verlangens opzij schoof. Definities, omschrijvingen, systemische opstellingen ten spijt, deze brief van mijzelf aan mijn moeder maakte mijn over-verantwoordelijk zijn naar haar pas echt van mij. Helder beschreven in mijn eigen brief aan mijn moeder, op 29 augustus 1980.

By |2024-07-15T17:29:02+02:00juli 15th, 2024|

Mijn moeder

Op een mooie dag in het jaar 1991 adviseerde mijn moeder om maar eens met Wibe Veenbaas te gaan praten. Ik was toen 28 en liep behoorlijk vast. Ik twijfelde over mijn koers en hoe die te vinden. Ik volgde haar advies op en zo ontmoette ik Wibe in zijn trainingsruimte in Overvecht.

Wibe raakte mij meteen met zijn vragen. Hij liet mij nadenken over wat in mijn geschiedenis maakte dat ik mijn koers kwijt was? Ik herinner mij nog goed hoe hij mij begeleidde met het lopen van mijn tijdlijn. Met mijn ogen dicht stapje voor stapje teruglopen in de tijd op een denkbeeldige lijn en stilstaan bij die belangrijke momenten in mijn leven, die maakten dat ik mijn eigen koers niet vinden kon.

Na een stevige buiklanding in 2009 zocht ik wederom contact met Wibe en vervolgde mijn reis bij Phoenix. Ik volgde de workshop Mannenkracht, de 3-jarige, Systemisch werk, Maskermaker en Professionele Begeleiding van Organisaties. Wederom was Phoenix een belangrijke plek voor mij waar ik kon thuiskomen, kon leren, kon vallen en weer opstaan.

Nu ben ik sinds juli zelf trainer van Phoenix en ontmoette Wibe weer, maar dan als collega-trainer. Ik had een mooi gesprek met hem in de aanloop van mijn aanstelling en weer inspireerde en stimuleerde hij mij om nu tevoorschijn te komen als trainer en mensen met mijn sprankeling uit te nodigen en te raken. Ik kon zo de uitnodiging voelen om als trainer én te leren én mijn inzichten en ervaringen door te geven

Een aantal weken geleden vroeg mijn 86-jarige moeder mij om even te gaan zitten. Ze wilde mij wat vertellen en wat vragen. Ze vertelde dat ze behoefte had aan reflectie, aan rust, ze wilde dingen van vroeger opruimen zonder er al te diep in te willen gaan. Of ik nog iemand wist die haar daarbij zou kunnen begeleiden. Ik was even stil en voelde de ontroering in mijn lijf. Ik ga haar nu na 28 jaar hetzelfde advies geven. Ik antwoordde dat ze maar eens met Wibe Veenbaas moest gaan praten. Ze heeft al een eerste gesprek met hem gevoerd.

By |2024-07-15T17:28:32+02:00juli 15th, 2024|

Corona

Het ligt prachtig, het verzorgingshuis van mijn schoonmoeder in Den Haag. Statige vrijstaande huizen, veel ruimte, veel groen, met uitzicht op de hockeyvereniging die werd opgericht in het jaar 1908. Mijn schoonmoeder is 91 jaar oud. Ze loopt wat minder makkelijk, slaapt overdag wat meer, maar verder is er eigenlijk niet heel veel veran- derd sinds ik haar voor het eerst ontmoette in het jaar 2000. Ik werd toen voorgesteld aan haar en aan mijn schoonvader door Saskia, met wie ik later trouwde. Die eerste ontmoeting vond plaats in het grote huis aan de Nicolaïstraat, wat sinds de terugkeer uit Nederlands-Indië, vlak na de Tweede Wereldoorlog, door de familie werd bewoond. Een huis met een vestibule in plaats van een gang.

Vorige week hadden we een afspraak met haar. En zoals dat gaat in coronatijd, was de ontmoeting gepland in de zogenaamde kletskamer van het verzorgingshuis. De kletskamer is gemaakt in de ruimte van de zijingang van het gebouw. Degene die bezoeken zitten in het voorpor- taal, de bewoner binnen, achter de schuifdeuren in de grote stoel. Mijn schoonmoeder mist ons en, zo vertelde ze, vooral de aanraking. ‘Even mijn dochter vasthouden, dat is wat ik het meeste mis’, zei ze.

Terwijl ze in het gedeelte achter de schuifdeuren ver- scheen, schuifelend op weg naar de grote stoel, zaten wij al klaar in het voorportaal. Toen gebeurde het. Als door een wonder vlogen plotseling de schuifdeuren open. Een technische storing, of hadden wij wat verkeerd gedaan? In elk geval was er na al die maanden even geen glas tussen mijn schoonmoeder en haar dochter. Ze schrok, strekte haar armen en keek haar dochter aan, die precies dezelfde beweging maakte. ‘O even vasthouden’, zei ze, als in een betovering en niet meer denkend aan de regels en de risico’s. En zo onverwacht als de schuifdeur opende, zo onverwacht sloot hij ook weer. Er was geen omhelzing geweest, daar ging het allemaal te snel voor.

Een omhelzing, of een fysieke aanraking van onszelf in contact met de ander, dat is elkaar ontmoeten op de externe grens. Contact maken in de aanraking met de ander maakt dat we voelen dat we bestaan. Het is essentieel en wordt zo gemist in deze tijd, vooral voor mensen die veel alleen zijn. En als door de corona-maatregelen dat helemaal wegvalt, dan ontstaat er zomaar een ontroerende situatie tussen moeder en dochter als de schuifdeuren van de kletskamer van het verzorgingshuis plotseling even opengaan.

In deze coronatijd ben ik als trainer bij Phoenix op een snelcursus geweest op de school voor interne grenzen. De interne grens gaat over wie we zijn, onze essentie, en of we daar toegang toe hebben. Werken met groepen in coronatijd maakt fysieke aanraking onmogelijk, zowel via Zoom als nu we elkaar weer treffen op 1,5 meter afstand in onze gebouwen. Juist nu de externe grens even niet meedoet, is het werken vanuit de interne grens als het ware wat uitvergroot. Wat moet ik als trainer meer, minder of anders doen, als we elkaar via Zoom of op 1,5 meter afstand toch willen ontmoeten? Hoe kan ik de cursist zonder fysieke aanraking toch ontmoeten, zodat er gewerkt kan worden met de persoonlijke vraag?

Deze school leerde mij dat werken vanuit de interne grens van mij vraagt om aanwezig te zijn in het moment en thuis te zijn bij mezelf. En bovenal weet te hebben van mijn eigen interne grens om mij vandaaruit te laten zien. Als ik mij als trainer laat zien, dan nodig ik de ander uit om datzelfde te doen en creëren we samen de bedding om elkaar op diep niveau te ontmoeten. Dan kunnen we aan de inhoud werken. Ik leerde hoe de naaktheid van het delen er kan zijn en hoe ik daarop kan vertrouwen ondanks het ontbreken van fysiek contact.

In de ontmoeting tussen moeder en dochter spatte de liefde ervan af. De hunkering naar het fysieke zo zichtbaar. Het bracht mij weer terug bij hoe ik dat thuis gewend was. Een thuis waarbij aanraking niet zo gewoon was. Mijn vrouw ontmoet haar moeder weer, de versoepeling rondom het coronavirus laat dat toe zonder glas ertussen. Even vasthouden gaat nog niet, maar een rugknuffel en de ontmoeting op 1,5 meter is fijn. De sterke verbondenheid tussen moeder en dochter blijft, ook in coronatijd.

 

By |2024-07-16T15:22:52+02:00juli 16th, 2023|
Go to Top